Willem Vermandere, zanger en beeldhouder leest een gedicht voor over een kerkje in zijn buurt met een hint naar vervlogen religieuze tijden toen heiligen nog werden aanroepen ter genezing van allerlei kwalen.

Ons Kerkske                       

In ons dorp staat er geen synagoge,
en een moskee al evenmin,
wel een oud haast middeleeuws kerkske, spring gerust hier maar ne keer binn’n.

D’r hangen zeemzoete taferelen,
van Maria ten hemel opgetild,
daar hangt ook een gruwelijk spektakel, Sint-Laurentius wordt er leven gegrild.

O, ik wil het al nog geiren geloven,
dat mirakel van die zes kruiken wijn,
en van Lazarus die al drie dagen dood was, were levend, meer moet dat nie zijn.

Dat is ’t werk van zangers en dichters,
als ’t maar rijmt, is ’t een fluitje van ne cent, dat Jezus zijn moeder nog maagd was,
is dat geen geestig vertellement!

Uit: Willem Vermandere, Als ‘t maar geestig is. Prenten en vertellementen, Uitgeverij Lannoo.